donderdag 11 augustus 2016

Niet de bestemming, maar de reis is het doel (DCT 2016)

13 juli, 10 uur 's ochtends de start van de Dutch Capitals Tour, 1425 km langs de provinciehoofdsteden, het hoogste en laagste punt van Nederland, tijdslimiet: 110 uur.

Het begint lekker, de lucht is een beetje dreigend en in de eerste stortbui rij ik lek. Nog geen 20 km op de teller, goede start. Al stuntelend in de regen bedenk ik me dat ik misschien beter een regenjackje aan kan doen. Na mijn band leeggekiept te hebben (het stortregende echt), nieuwe band erin, rij ik wonderbaarlijk genoeg redelijk snel weer verder. Laagste punt van Nederland passeer ik even later. De wind werkt nu een beetje mee en ik rij de stormvloedkeringen over. Regelmatig een brug, die allemaal open gaan zodat ik even pauze kan houden. 
Ik geniet, het fietst heerlijk. Even voor Middelburg stoppen voor een pannenkoek, want al die controles bij benzinepompen is helemaal niets. Als het kan wil ik daar alleen stempelen en snel verder.
De dag gaat over in de avond, een korte stop bij cafe de Vrede in Ossendrecht. Na een heerlijke soep verder de nacht in. In de nacht zakt het tempo, maar de wind staat nog gunstig. Ik geniet van het fietsen. De controle in 's Hertogenbosch is eng, met alle duistere figuren in de nacht, dus snel door. De nacht rijdt verder prima, mooie wegen. 's Ochtends bereik ik Maastricht. Een paar flinke stortbuien, maar volgens mij mag ik niet klagen, want volgens de mevrouw bij de benzinepomp is het hier de hele ochtend al slecht.

Ik verheug me (niet) op de klimmetjes in Limburg, want in dit stuk zitten flink wat hoogtemeters. 
Camerig, ik dacht dat ik al boven was.
Maar rustig fietsend kom ik overal boven en daal uiteindelijk in Vaals af naar het Fiets en Wandelcafé. Heerlijk eten en slapen, was de planning. Maar blijkbaar was iedereen vlak voor me aangekomen en waren de bedden vol en ik maar denken dat ik zo langzaam fietste. Uurtje op de grond gerust en na een heerlijk bord pasta weer door. In Arnhem zal ik goed kunnen slapen bij mijn schoonzusje, nog maar (????) 175 km fietsen. De nacht weer in, over smalle paadjes langs de bossen. Hierin ben ik erg slecht. Ik voel me niet zo fijn meer alleen in de nacht en ik kom weinig randonneurs tegen. Gelukkig staat er een randonneur (ben zo goed ik namen) langs de route, zijn GPS doet het niet meer en hij wil op mijn GPS meeliften naar Arnhem. Ha, prima, even niet alleen. Vlak voor Nijmegen worden de teruggefloten door wat cafe-bezoekers, een van de randonneurs was op een stoeprandje gereden en de ambulance was gebeld. "Is toch iemand van jullie?" Ze snappen er niets van al die zonderlinge fietsers in de nacht. Nadat de fietscollega voor de zekerheid door de ambulance is meegenomen, vervolgen wij onze weg. Over de nieuwe brug bij Nijmegen, route is netjes voorgereden, want deze wegen lagen er 4 jaar terug nog niet.

In Arnhem val ik bijna van de fiets van slaap en kan bijna het huis van mijn schoonzusje niet vinden (10 meter van de track). Na Vijlen had ik voor mezelf al besloten dat bezuinigen op slaap het domste was wat ik kon doen, even liggen geeft zoveel energie, ook al is het slechts een uurtje op de grond. Niet slapen op een 600 km is wat anders dan daarna nog een paar nachten door moeten fietsen. Ik hoef geen uren te slapen, maar niet slapen de eerste nacht was niet handig en zou me later opbreken. Eigenlijk ben ik te moe om te slapen en slaap maar 2 uurtjes. Lekker schone kleding en weer wat vers eten mee en ik ga verder. Ik fiets weer makkelijker en rij bij Zevenaar vrolijk richting Doetinchem ipv naar huis. Halverwege en ik voel me nog goed! Eigenlijk gaat alles lekker, eten, rusten, fietsen. Alleen dat tempo..... voor mijn gevoel rij ik aardig door, maar het tellertje zegt wat anders.

Bij de Holterberg probeer ik opnieuw aan te sluiten bij Frank en Wim, maar ik kan net niet volgen. Gek eigenlijk, want zoveel later kom ik niet aan in Zwolle. Ik begin merkbaar moe te worden, niet in mijn benen, maar wel in mijn hoofd. Zwolle was een heerlijk controlepunt, een warm (letterlijk en figuurlijk) welkom! Lekker slapen, eten, even verhalen horen. Er zijn al veel uitvallers. 
In de buurt van Dalfsen
Na Zwolle gaat het nog even goed, maar bij de wegopbreking bij Emmen begin ik domme dingen te doen. Het is midden in de nacht en ik weet het allemaal niet meer zo goed.

Bij Groningen zit ik hulpeloos/hopeloos langs de kant, ik praat mezelf weer op de fiets. Ontbijt rustig bij de Mc en rij verder. De lange rechte wegen langs de kanalen. In mijn hoofd gaat het nu echt fout. Ik droom over een fietstocht door Nederland en moet mezelf vertellen dat ik die nu daadwerkelijk aan het fietsen ben. Ik heb het idee rondjes te rijden, maar mijn track verteld dat dat niet het geval is. Ach, alles lijkt hier ook op elkaar. Als dan ook de verkeersborden beginnen te bewegen en even slapen langs de kant van de weg me niet gegund wordt door voorbijgangers die bang zijn dat er wat met me aan de hand is, weet ik het niet meer. Ik weet niet meer hoe ik veilig de afsluitdijk over moet komen met tegenwind, om over 100 km in Hoorn pas goed te kunnen slapen. Mijn rijsnelheid haalt de 15 km/uur niet meer, lopen is bijna sneller.

Ik stop. De beslissing is snel genomen. Ik rij naar het station in Leeuwarden ipv het controlepunt. Altans, dat probeer ik. Ik ben niet zo helder om te bedenken dat ik een GPS heb, die me feilloos naar het station brengt (zit gewoon een knopje op "ga naar station". Ik zoek en vraag, ben de wanhoop nabij, kan het station gewoon niet vinden. Een vriendelijke meneer ziet me worstelen en stelt voor om voor me te fietsen naar het station. Op het station tref ik Jaap. Dan hou ik de tranen niet meer, niet omdat ik verdrietig ben om te stoppen, maar gewoon de complete wanhoop komt eruit. Hij vertelt over zijn broer. Ik realiseer me dat er maar 1 ding belangrijk is, genieten van het leven, genieten van het fietsen en vooral: veilig thuiskomen.

Op het moment twijfelde ik niet, ik kon niet anders. Achteraf baal ik ervan dat ik gestopt ben. Fysiek was ik niet moe. Als als als, als ik doorgereden was naar controlepunt Leeuwarden, daar had ik vast wel in een hoekje kunnen slapen. Ik had tijd genoeg. Die zelfde tip had ik notabene Jurrian een paar weken eerder gegeven: rij naar de benzinepomp, ga een uurtje slapen en beslis dan wat je doet. Maar niemand vertelde het mij en ik kon zelf niet meer helder nadenken. En als ik wat sneller had gefietst, had ik meer kunnen slapen. De volgende keer.......


Om 16:00 uur sta ik op station Leeuwarden, volgens de GPS heb ik dan 1080 km afgelegd in 78 uur. Een mooie route gereden en veel genoten. Jammer van dat laatste stukje. Bestemming niet gehaald, maar de reis was geweldig.

vrijdag 8 juli 2016

Dutch Capitals Tour (1425 km door Nederland in 110 uur)

Tijdens de 600km van Merselo heb ik mijn plan voor de DCT 2016, 1425 km door het vlakke, winderige Nederland van verschillende kanten bekeken. Vooral van de kant: "niet starten". Maar 2 weken later, de pijn verdwenen, durfde ik het opnieuw te bekijken. Wat is dat toch, het verschil in emotie tijdens het fietsen en achteraf? Welk moment zou de waarheid, het meest benaderen?

Randonneuren geeft voor mij nog steeds de meeste "pijn" in mijn hoofd. Het is lang, ik wil niet nadenken over kilometers te gaan, het is altijd teveel/te ver/te lang/teveel pijn. Ik kan nog zoveel proberen te fietsen, maar nooit is het genoeg. Bovendien is "tijd om te fietsen" nog steeds een sterk beperkende factor. Ik weet dat het onderweg gaat zeuren, ik moet door mijn pijn heen, de pijn in mijn lijf en in mijn hoofd. En steeds weer ervaren dat iedere dip wordt opgevolgd door een fijn gevoel, weer over de weg kunnen vliegen, weer genieten van alle mooie dingen onderweg. En nadat je afgestapt bent, uiteraard heel dapper op het eindpunt, weer terugzien om een mooie ervaring die zoveel energie geeft. Maar onderweg komen alle emoties van mijn drukke bestaan er een keer uit. Het verdriet, de onzekerheid, mijn perfectionisme. Nooit zal ik denk tevreden zijn over mijn voorbereiding, altijd is het te weinig. Het blijft schipperen tussen willen en kunnen, energie en tijd, gezin en hobby. Misschien is deze sport makkelijker als de kinderen de deur uit zijn, als ik geen verjaardagen en kinderfeestjes hoef te organiseren. Als ik me niet druk hoef te maken over examens en uitslagen. Geen gesprekjes op school. Moeder, werken, sport, het is zoeken naar een balans die er nooit lijkt te zijn. En misschien is dat ook het mooiste van het fietsen, alles loslaten, alleen ik, mijn fiets en een lijntje op de GPS.

Maar ik zou zo graag leren om tevreden te zijn over mijn voorbereiding, het accepteren dat ik effectief om moet gaan met de beschikbare tijd en ondanks alles, toch een mooie prestatie kan neerzetten en fijne ervaringen op kan doen.

Dus, rationeel, niet rationeel-denkend, 13 juli start ik in de DCT. Plan van aanpak: Doorfietsen tot Vijlen (550 km), waar ik hoop een paar uur te kunnen slapen. Een nacht doorfietsen gaat goed en kan mijn lichaam prima aan. Bovendien denk ik dat ik met mijn tempo weinig reservetijd op kan bouwen voor meer slaap. Dan door naar Arnhem, waar mijn schoonzusje woont en die mij hopelijk kan voorzien van een beetje extra nachtrust, eten en wat ik verder nog nodig mag hebben. Eigenlijk zijn het vanaf Vijlen lange dagafstanden, 175 km Arnhem, 175 km Zwolle (met slaapmogelijkheid), 275 km Hoorn met slaapmogelijkheid en dan nog het laatste (kleine, hahaha) stukje tot Zoetermeer. Klinkt best goed toch. En vooral gewoon rustig doorfietsen. Behalve voor eten en slapen de stops kort houden en rustig blijven fietsen. Traject Arnhem - Hengelo wordt denk het lastigste omdat ik dan heel dicht langs huis rij.


Dus het mag lekker weer gaan worden deze week. Als ik mag kiezen een wind die rustig met mijn rondje mee gaat draaien. Maar ik bereid me voor op minder gunstige omstandigheden. Ik vind het spannend. Ik denk dat Parijs-Brest-Parijs, met alle drukte, veel slaap en eetgelegenheden, makkelijker was. Maar het is ook wel leuk om in 110 uur heel Nederland te doorkruisen, de waterwerken in Zeeland, de heuvels in  Limburg, de rust in het Noorden, alle lange dijken, waar ik er toch minstens op 1 dijk wind mee hoop te hebben en dan ook nog even het hoogste en laagste punt van Nederland mee pakken. Alleen man en kindjes zal ik missen!

zondag 12 juni 2016

Brevet Mooi Nederland 600km

Onderweg van Lelystad naar Harderwijk

Vrijdagavond 27 mei 2016, om 20:00 uur start ik in Merselo aan het rondje "mooi Nederland". De laatste echt lange rit voor de Dutch Capitals Tour in juli. Deze 600 km heb ik al 2x eerder gereden, met slechtere weersverwachtingen en minder kilometers in de benen. Denk ik er nu te makkelijk over? Hoe je het ook draait, 30/40 uur op de fiets is een eind, een heel eind.

Zoals vaak, ga ik weer te snel van start, de eerste 150 km wind mee van Noord Limburg naar Zeeland. Volgens planning dus te vroeg in Goes. Er staat een gemiddelde van ruim 26 op de teller. Ik zou beter moeten weten. Vervolgens vergeet ik in Goes bij de stop mijn batterijen van de GPS te wisselen, dus na nog geen half uur op de fiets mag ik stoppen. Ik fiets vanaf hier alleen verder. De Zeelandbrug over, pffff, wat een eind met wind tegen. Ik herinner me een jaar dat ik hem over vloog. Maar, denk ik, wind tegen tot morgenochtend in Hoorn en daarna wordt het beter (wens van de gedachte). Het weer is goed, toch een van de eerste keren dit jaar dat ik kort-kort kan rijden. De zonnebrandcrème kan weer uit de kast. Mooi fietsen in Zeeland, langs Brouwersdam (wind), mooie beelden met de vliegers boven zee. Op naar Delft. Een tussenstop om wat te eten, inmiddels reed ik met Jurian, die zijn eerste 600 wil rijden. Samen is het goed te doen met de wind, maar het tempo is niet meer om over naar huis te schrijven, het is zwaar met de wind, die eigenlijk niet eens zo hard is in vergelijk met  2013 en 2014.

Pondje bij Rozenburg
Na Delft, een fijn verzorgde stop bij JP, de avond en de duinen in. We stoppen te lang, het tempo is laag. Dit gaat een lange zit op de fiets worden. De duinen is leuk fietsen, lekker rustig in de avond, op wat konijnen na en de kustplaatjes geven een gezellige afwisseling met de donkere stukken. In Noordwijkerhout stoppen we even bij de Stay-Okay, eigenlijk zou ik het liefst een bed opzoeken, het fietsen gaat moeizaam.

De nacht is saai en Jurian heeft het zwaar. Voor Berkhout besluit Jurian dat het genoeg is. Hij rijd mee naar de benzinepomp en belt zijn hulptroepen. Hij heeft bijna een mooie 400 km gereden en ik mag er nog 200. Niet aan denken. Hoopvol vervolg ik mijn tocht, het wordt licht, het koudste deel van de nacht ligt bijna achter me en denk ik heel hoopvol, het zal toch een keer klaar zijn met de tegenwind. Het waait niet enorm hard, maar ik ben er klaar mee. Ik draai de Houtribdijk op en kom bedrogen uit. Wind tegen. Ik probeer met Jan mee te rijden, maar het wil niet meer. De dip is te groot, de nacht was te lang en ik ben moe en heb pijn. In een slakkentempo vervolg ik de 30 km dijk en trotseer ik de wind. De DCT schrijf ik al af, als dit al ver is, hoe wil in dan 1425 km volbrengen? 

Vanaf mijn bankje kijk in naar de Batavia
In Lelystad plof ik neer op een bankje en overweeg ik mijn opties.Zal ik stoppen? Het is nog een eind en mijn dip wil niet verdwijnen. Ik bel naar huis en stap gewoon weer op de fiet. Wat is deze 600 km zwaar! Bij de (gesloten) Bataviawerf mag ik gebruik maken van een toilet, wat heerlijk dat er mensen zijn die van regeltjes af willen wijken als je vertelt waar je mee bezig bent. Dat geeft nieuwe energie. Ik besluit dat ik een keuze heb, stoppen of doorgaan. Maar doorgaan betekent ook gaan fietsen, doorfietsen, want in dit sukkeltempo moet ik nog langer op mijn pijnlijke zitvlak doorbrengen. Ik verhoog mijn tempo, stop op een mooi plekje voor een ontbijtje en fiets weer door.
Ontbijtplekje in Harderwjk
Het gemiddelde blijft laag en de hoop dat er ooit nog een beetje wind uit een goede hoek gaat waaien heb ik opgegeven. Stukje bij beetje kom ik dichterbij. Ik geniet bijna weer van het fietsen over het mooie stukje Posbank. Ben de wanhoop nabij als ik het spoor bijster raak in Nijmegen, waar het centrum is afgesloten ivm een evenement. Heerlijk appelgebak bij de Heksendans. Nog een mooi stukje Duitsland met wat heuveltjes, die me wel eens zwaarder zijn gevallen. Well, het is aftellen, nog een paar kilometer en dan is ook deze rit achter de rug.

maandag 16 mei 2016

Brevet de Veenkolonieën (400km)

Het is alweer even geleden, maar hier het verslag van een rondje Zwolle, Leeuwarden, Groningen, Emmen, Hengelo, Zwolle van 22 April 2016.


Het blijft gek, 's avonds om 8 uur starten aan een toertocht. Na het eten en de zwemles van Rianne rijden we richting Zwolle. De kinderen willen graag mee, dus de auto zit vol. In Zwolle is het een drukte, zo'n 35 deelnemers, toch een behoorlijk aantal. Precies 20:00 uur staat iedereen uitgedost aan de start, het belooft een koude nacht te worden. De laatste dagen was het zulk lekker weer, dus het voelt vreemd om alle winterkleding weer uit de kast te trekken. En zelfs aan de start is het nog warm. Pas op het laatste moment kan ik besluiten wat ik aan ga doen en nog zit ik te wisselen. Dikker veiligheidshesje voor de nacht, extra lange broek mee (niet gebruikt), voldoende laagjes kleding, liever teveel dan te weinig. Ik heb het zelfs later in het seizoen nog koud gehad 's nachts.
Vorig jaar heb ik tijdens dit brevet een behoorlijk eind alleen gereden in de nacht en dat beviel me slecht. Het is allemaal zo verlaten, zeker in het hoge Noorden. Dus mijn plan: mooi groepje uitzoeken en in elk geval meerijden tot Groningen en het liefst Emmen. Het fietsen gaat goed, een hele korte stop bij de geheime controle en in een ruk rijden we naar Leeuwarden (110 km). Het tempo gaat lekker, de Noordwestenwind die we tegen moesten hebben viel mee. Koud is het wel, maar mijn kledingkeuze is goed. Even wat eten en door naar Groningen.

De etappes zijn nu wat korter. Het is saai fietsen, maar met de volle maan valt er af en toe nog wat te zien. Heerlijk om niet alleen te rijden. Vlak voor Groningen krijg ik last van mijn maag, te weinig gegeten. Ik ben niet zo handig in eten op de fiets en probeer bij iedere plaspauze van de mannen snel wat eten naar binnen te werken, maar dat was blijkbaar niet voldoende. Bij de benzinepomp in Groningen nestel ik me in een hoekje op de grond en heroverweeg mijn plan. Het tempo ligt net te hoog, of misschien is het wel te wisselend, of het is mijn slechte maag, maar doorfietsen met de groep zie ik niet zitten. Dan toch maar alleen verder. Gelukkig zitten er meer in de lappenmand, dus ik krijg gezelschap van Henk en Jurrian, gedrieën rijden we na een iets langere stop door. Nog niet op de helft, ik zie het somber in. Even later pikken we Jan op, die een bushokje had gevonden voor een dutje. De wind (voor zover die er is), zou gunstig moeten zijn, maar veel profijt hebben we er niet van. Niet klagen, want last hebben we er ook niet echt van gehad de eerste 100km.

Rond 6 uur begint het licht te worden. De mooiste momenten om te fietsen, de zwarte lucht die langzaam blauw lijkt te kleuren, de vogels die wakker worden. Het is echt koud, ik denk toch nog tegen het vriespunt, het beloofde zonnetje mag van mij snel doorbreken. Om iets voor 8 uur zijn we in Emmen, de Mac Donalds is nog net niet open. Dus ik eet nog wat uit mijn tas en we rijden door naar Hengelo, ik verheug me op een restaurant waar ik even warm op een echte stoel kan zitten en iets lekkers te eten kan bestellen, maar Hengelo is nog een eind weg. Het weer is wisselend, af en toe regen, af en toe hagel en soms een beetje heerlijke zon. In de buien is het erg koud, maar in het zonnetje is het snel lekker.
We ploffen neer bij een bushokje (oh nee, ik plof neer en ik geloof dat de mannen zien dat ze me even niet meer vooruit kunnen krijgen). Jan staat lachend een foto te maken, wat blijkt: halte fietsbus staat er te lezen boven het bankje waar ik niet meer vanaf wil. Hmmmmm, fietsbus, het lijkt me wel wat. Hierna hervind ik mezelf weer, mijn maag is rustiger, ik kan weer eten. De fietspaden daarentegen zijn hopeloos, lijkt wel alsof we in België fietsen. Ik rij graag op het fietspad, maar ik wijk steeds vaker uit naar de weg. Het in renovatie zijnde fietspad in Duitsland, zal er volgend jaar wel prachtig bij liggen. Mooi voor de lunch bereiken we Hengelo. Lekker wat eten bij Van der Valk! Daar knap ik echt van op. Ondertussen komen er nog wat andere randonneurs binnen.

En dan op voor het laatste stuk, helaas is de wind nu wel goed aangetrokken en hebben we een straf windje tegen richting Zwolle. Ik voel me geweldig, heb ik eindelijk profijt van een lange winter in mijn eentje tegen de wind in bikkelen. Lekkere cadans en doortrappen. Om de beurt kopwerk en het gaat gestaag vooruit. Regelmatig even een korte stop en dan met hernieuwde energie weer verder. Altijd bijzonder om te ervaren hoe snel je hersteld. De zwarte wolken boven Zwolle nodigen niet echt uit om richting Zwolle te rijden, het ziet er soms erg dramatisch uit. Moe en voldaan kan ik om 17:00 uur mijn stempelkaart weer inleveren. Exact 21 uur over het brevet gedaan, effectieve fietstijd: 16:46:51 uur.

dinsdag 1 maart 2016

Brevet 300km vanuit Boekelo



Mijn belevenissen van het 300km Brevet vanuit Boekelo op de regenachtige 27 februari.



Ik begon geweldig, lekke band in de regen na 25 km. Op zich is een lekke band niet zo erg, maar ik ben zo onhandig en langzaam. De waarheid is natuurlijk dat ik zo weinig lekke banden heb dat ik nooit de ervaring opdoe met snel banden wisselen (misschien tijd voor minder goede banden). Dus al stuntelend in de regen, niks kunnen zien door een beslagen bril, niks kunnen zien zonder bril. Na enige tijd had ik de hele achterhoede al langs zien rijden en kon ik weer verder. Misschien ga ik oefenen om met mijn ogen dicht banden te wisselen, dat helpt ook als ik ooit eens op een donkere plek beland met een lekke band.

Mijn plan om achter een fijn groepje aan de polder te bereiken was hiermee ook verkeken, want met deze wind ging het niet snel in mijn eentje. Maar het was inmiddels wel droog, dus dat was wel fijn. Heerlijk in mijn eentje de wind getrotseerd. Het ging niet snel, maar ik heb de hele weg ook niet het gevoel gehad echt af te moeten zien. Rustig doorrijden werkte prima. Kort stoppen. De Veluwe was mooi, gezien de restjes sneeuw was daar meer sneeuw gevallen vorige week dan bij ons. De polder was zwaar, vooral om ervoor te zorgen dat ik niet van de dijk af waaide. Op de niet te missen wildroostertjes kwam ik erachter dat of mijn band opnieuw lek was, of dat ik hem niet hard genoeg op gepomp had. Dus op een lekker stukje uit de wind ben ik wat lucht in mijn band gaan stoppen. Onhandig punt, want ik had geen snelheid meer om het dijkje op te komen. Gelukkig is mijn band verder hard gebleven.

Bij Haje kwam ik weer wat meer fietsgezelschap tegen. Snel wat eten en drinken, moed verzamelen om de westenwind op de dijk te trotseren en maar snel weer verder. Halverwege de dijk kwamen Ernst en Joost me achterop en mocht in even lekker uit de wind fietsen. Heerlijk! Ernst sloeg aan het einde van de dijk af naar Amsterdam. Het stuk door de Oostervaardersplassen was mooi en de wind kwam uit een iets gunstigere hoek. Hoewel, echt voordeel had ik er nog niet van. Maar het gevoel dat ik het ergste gedeelte achter de rug had, gaf moed. Af en toe kort stoppen om wat te eten en snel door naar Otterlo. In Otterlo was het nog druk. Iedereen leek daar wel uitgebreid te gaan eten. Volgens mij is Joost de grootste lekkerbek ;), die hoorde ik lekkere dingen bestellen…. Snel wat lekkere warme chocolademelk gedronken en op de fiets weer het donker in. Ik dacht wel achter 2 Duitsers aan te kunnen rijden, maar na wat problemen met de GPS was ik die ook weer kwijt. Dus zelf verder. Ik reedt bijna langs huis (Arnhem-Zevenaar is echt een stuk korter dan Arnhem-Boekelo), maar ging dapper verder. De Posbank was eng! Het is daar echt donker, ik was alleen, had wel verwacht al door wat mensen ingehaald te worden, maar zag niemand. Er vloog een vos voor mijn fiets langs. Ik hoorde zwijnen langs het pad. Takken op de weg door de harde wind en bomen die op sommige punten zo hard kraakten dat ik bang was dat ze om zouden vallen. Er was maar 1 oplossing: hard doorfietsen. Ik was blij met mijn dubbele verlichting! Ik reed ergens een klein stukje verkeerd en zat op een zandpad, even afgestapt en de weg gezocht en het donkere bos maakte dat ik mijn oriëntatie volledig kwijt was. Stomweg lijntje op de GPS volgen en hopen dat ik snel het bos door was. Ik dacht wel wegen te herkennen, want ik fiets er regelmatig, maar in het donker is het zo anders. Ik was blij weer straatverlichting te zien. Voor mij geen donker bos meer in de nacht. 

In Vorden het laatste stempeltje gehaald in een cafe. De kroegbezoekers vonden het maar vreemd waar ik mee bezig was. En na een korte stop weer door voor het laatste stukje. Ondertussen had Charles gebeld dat hij me met 1,5 tot 2 uur af kon halen bij de finish. De miezerregen ging het laatste stukje helaas nog over in een paar flinke stortbuien. Toch is de regen en vooral de koude me niet tegen gevallen.

Precies 17 uur na de start stond ik met een voldaan gevoel weer in Boekelo. Gert was net af aan het sluiten bij het cafe. Ondanks dat ik heerlijk gefietst heb, denk ik dat ik niet snel meer een 300km fiets in februari. Ik denk dat ik zeker de halve rit met verlichting heb gereden.


zaterdag 19 december 2015

Nieuw jaar, nieuwe doelen

Een tijdje geleden sinds mijn laatste blog. Na Parijs-Brest-Parijs heb ik even weinig gefietst. Mijn handen waren toch wel erg overbelast. Laatst las ik er een mooi artikel over, blijkbaar ben ik niet de enige met dit probleem J. Het heeft even geduurd, maar inmiddels is toch alle tinteling in de vingers weer verdwenen, is het dove gevoel weg en doen mijn handen weer wat ze moeten doen. En ik ben weer druk aan het fietsen. Het is nog geen winter, dus ik kan nog fijn buiten fietsen. Vandaag zag ik zelfs iemand in korte broek fietsen, volgende week is het Kerstmis! Het mag dan wel extreem zacht weer zijn voor de tijd van het jaar, maar ik geniet er nog even lekker van.

In tussentijd ook een sportkeuring gedaan, ik was wel benieuwd naar mijn huidige conditie en wat nu echt mijn hartslagzones zijn. De resultaten van die keuring vielen een beetje tegen. Volgens de sportarts had ik een prima conditie, maar zelf was ik niet helemaal tevreden. Er zat een heel groot gat tussen mijn vermogen wat ik fietste rond mijn omslagpunt en mijn maximale vermogen. Als endurancefietser zou ik verwachten dat dit wat dichter bij elkaar ligt. Ik heb mezelf geleerd om heel lang op hoge intensiteit te fietsen en dat gaat me niet slecht af. Maar dat heeft me bij Parijs-Brest-Parijs misschien een beetje opgebroken. Op lage hartslag is mijn tempo laag. Dus nieuw trainingsdoel: ook veel (in elk geval wat meer) op lage hartslag fietsen en hopen dat mijn tempo op lage hartslag uiteindelijk gaat verbeteren. Het valt niet mee hoor op lage hartslag fietsen, als ik onderin de D1 fiets heb ik een beschamend laag tempo. Ik hou mezelf maar voor: “ik kan wel sneller, maar ik wil nu even niet sneller” en laat me lekker door iedereen inhalen. Het heeft ook wel wat hoor, rustig fietsen, ik zie wat meer en kom lekker uitgerust met een leeg hoofd thuis. En ik kan inmiddels op lage hartslag fietsen. Toen ik net begon een paar jaar terug, was mijn hartslag al hoger als ik mijn fiets uit de schuur pakte.

De eerste uitdagingen zijn weer gepland. 29 december wil ik vanuit Boekelo een 200km brevet gaan rijden. Toen ik me inschreef was ik nog angstig voor sneeuw in deze periode, maar ik denk dat de koude en sneeuw nog wel even weg blijven. En voor juli sta ik ingeschreven voor de Dutch Capitals Tour. 1425 km langs alle provinciehoofdsteden van Nederland, inclusief een bezoekje aan het hoogste en laagste punt van Nederland. Weliswaar 200km meer dan Parijs-Brest-Parijs, maar ook 9000 hoogtemeters minder.


Al met al kijk ik terug op een mooi fietsjaar.

zaterdag 5 september 2015

Mijn Parijs Brest Parijs avontuur

Avontuur met hoofdletters, want dat was het echt. Ik was van plan om veel foto’s te maken, maar dat is niet gelukt. Ik was of te druk met fietsen, of het moment was net voorbij, of ik had geen zin om af te stappen (wat uiteindelijk toch wel steeds lastiger ging) en foto’s maken onder het fietsen vond ik nadat ik net, al fietsend, iemands camera kon ontwijken niet zo’n veilig idee.

De fotomomenten die ik dus niet op de foto heb staan zijn, maar echt een foto waard waren:

  • Een heel lief baby wild zwijntje (pyjamaatje met streepjes) in een veld langs de weg (gelukkig zag ik papa en mama zwijn niet)
  • De mooie uitzichten
  • De kasteeltjes langs de weg
  • De authentieke Franse dorpjes
  • De mensen die overal langs de weg stonden om de fietsers aan te moedigen, de tafeltjes met eten, het water wat overal aangeboden werd
  • De fietsers die echt overal, in allerlei postities lagen te slapen langs de weg, op bankjes, in portiekjes, bij mensen in de tuin, gewoon in de berm, in volle eetzalen met het hoofd op tafel, onder tafels, in hoekjes, zittend, liggend, omgevallen, met knisperende reddingsdekens, met slaapzakjes, onder dekens. Hoe verder ik kwam, hoe meer er langs de weg lagen, overdag, ’s nachts……
  • De lange rij met rode lampjes in de nacht, die mooi de weg aanwezen.
Ze staan in elk geval als bijzondere herinnering in mijn hoofd.

Ervaringen en leermomenten
Wat ik verder nog mee wil geven. Het was een geweldige ervaring! De route, de massa, de fietsers, de toeschouwers. Met 400km zei ik: Nooit meer! Maar op de terugweg betrapte ik mezelf erop dat ik bezig was met: De volgende keer zou ik dit zus of zo doen. Ik heb veel dingen gedaan die veel tijd kosten. Ik had veel sneller kunnen/moeten fietsen zodat ik meer tijd had om te slapen, of verspeelde tijd op controlepunten om kunnen zetten in slaaptijd. Slaaptijd kwam ik echt te kort. Ook had ik tijd bij kunnen laten schrijven met het ongeval, maar ik had toen nooit gedacht zo krap in de tijd te komen. Er was gezegd: Verander geen dingen vlak voor een grote tocht. Natuurlijk wist ik dat, en toch gooide ik op het laatste moment de oplaadbare batterijen uit mijn tas (zo lastig om te onthouden welke vol en leeg zijn) en nam normale batterijen mee. Helaas bleef de batterijspanning niet hoog genoeg voor lamp en GPS, waardoor de lamp na 2 uur al uitviel en de GPS ’s nachts de achtergrondverlichting niet kon gebruiken. Dus met de paar oplaadbare batterijen die ik gelukkig wel had en een powerbank in mijn bagagedroptas, kon ik voor de laatste nacht mijn lamp van voldoende spanning voorzien. In Bretagne zijn de wegen zo slecht dat het prettig was om in de afdalingen beide lampen te gebruiken. Het was soms puzzelen. Ook is het zinloos rond 12 uur slaapplekken te zoeken. Slapen is beter aan het begin van de avond of het einde van de nacht. Aangezien het hele bioritme toch om zeep wordt geholpen, maakt het niet uit wanneer je wat eet of wanneer je waar slaapt. Het voelt eigenlijk alsof ik gewoon een hele lange dag onderweg geweest ben ipv 3,5 dag/nacht. Iets meenemen voor als er toch blaren op zitvlakken ontstaan, zodat je niet een Frans sprekende drogist in het Engels duidelijk moet maken wat je zoekt. En voor iemand zonder richtinggevoel was het handig om iets te bedenken om de fiets terug te vinden. Ik heb wat afgezocht! Zeker als ik geslapen had vond ik het al lastig om zelfs de plek waar de fietsen stonden terug te vinden L Was in elk geval blij met een felgroen stuurlint.

Verslag
Op donderdag vertrokken we al richting de camping Huttopia in Versailles. Zo zouden de kinderen even tijd hebben om te wennen voordat mama een paar dagen weg zou gaan. Langzaam aan zagen we vrijdag en zaterdag steeds meer fietsers op de camping aankomen. Zaterdagochtend naar de fietskeuring, ik dacht vroeg te gaan, in de hoop dat het dan nog rustig was, maar er stond een enorme rij.
De keuring zelf stelde, behalve het wachten, weinig voor. Lampjes werden gecontroleerd en er werd gekeken of alle onderdelen wel vast zaten. Daarna door het Velodrome in, helaas mochten man en kinderen alleen op de tribune blijven. Ik verder in de volgende rij voor het ophalen van de documenten. Ik hoopte dat er ook een Nederlands sprekende balie was, maar die zag ik niet. Eigenlijk stelde het niet veel voor, ook in het Engels begreep ik prima wat de bedoeling was. Een stempelboekje, mijn Superrandonneurmedaille, nummers voor de fiets, een enkelband met chip en bonnen voor een veiligheidshesje en fietsshirt. Dus door in de volgende rij voor shirt en hesje. Inmiddels had ik wel een idee van de massaliteit van dit hele gebeuren.

Gelukkig was er geen rij bij de Nederlandse shirts die ik besteld had J en stond ik na een paar uur!!! weer buiten. Inmiddels was ik wel lekker in de stemming gekomen, zoveel mensen, zoveel landen, zoveel verhalen. Leuk!

Zondagochtend werd er eerst nog een foto gemaakt van de Nederlandse deelnemers, ook de kinderen mochten trots mee op de foto.
Even bijpraten en toen weer naar de camping, de start zou pas een paar uur later zijn en eventjes slapen was nog wel prettig.

Rond 5 uur waren we weer terug bij het Velodrome, wat een circus! Wat een drukte! Om half 6 mocht ik richting het startvlak en nam ik afscheid van man en kinderen. Dat was wel even moeilijk. Ik had gezegd lekker achteraan te starten in de hoop nog even te kunnen zwaaien.

Bij het startvlak kwam ik erachter dat ik best nog had kunnen wachten, het vak voor H en J stonden er nog en je werd daar alsnog in het juiste vak gezet. Ik zat in vak K, die liep inmiddels rustig vol. Nog wat ervaringen uitgewisseld met andere fietsers, even een fotomomentje en toen was het bijna kwart over 6 en gingen we richting de start.

Na een inleidend verhaaltje over veilig fietsen en zo mochten we gaan. Pfff, eindelijk, nu kon ik de spanning los laten.

Het eerste uur was een groot feest. Zoveel mensen langs de kant, ik voelde me gedragen. Ik had tranen in mijn ogen, wat mooi om dit zo mee te maken. Toen het iets rustiger werd kreeg ik het gevoel: “Jeetje, ik doe het echt, ik ben echt gestart aan Parijs-Brest-Parijs”. Toen ik 4 jaar geleden in Parijs was en de fietsers zag en de sfeer voelde, had ik nooit gedacht dat ik dit echt zou kunnen. Regelmatig stonden er mensen aan de kant om aan te moedigen, dit zou eigenlijk de hele weg zo blijven, zelfs ’s nachts. Het fietsen ging lekker, licht heuvelachtig. Rond half 12 ging het mis in de groep die mij voorbij kwam. Een Franse dame ging hard over de kop en kwam met een indrukwekkend vonkenspoor aan de andere kant van de weg in de berm terecht. Ik ben gestopt en ben erbij gebleven. Een Fransoos heeft met mijn telefoon de ambulance gebeld en ik heb geprobeerd haar rustig te houden, ze had erg veel pijn, sprak geen Engels (en ik geen Frans), dus ik geloof dat ik de helft van de tijd maar Nederlands heb gepraat J. Hier maakte ik mijn 1e fout, ik had hiervoor tijd bij moeten laten schrijven, ik zie nu op de GPS dat dit me 45 minuten heeft gekost. Toen de ambulance er was ben ik met trillende benen weer op de fiets gestapt. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik me weer veilig voelde in het donker. Jammer dat ze me op het controlepunt niet wilden vertellen hoe het met haar is afgelopen, gezien haar klachten denk ik gebroken/gekneusde ribben. Mijn reddingsdeken had ik achtergelaten, volgende dag toch maar een nieuwe gekocht.

Ivo had gezegd dat zodra “au Perche” in de namen kwam, het omhoog zou gaan, dat klopte wel en gaf me wat houvast in de nacht. In Mortagne (au Perche) (140km) heb ik wat cola gehaald, dit zou alleen op de terugweg een stempelpost zijn. Omdat het ongeval me zoveel tijd had gekost, ben ik snel verder gegaan. In Villaines (220km, maandag 5:37 uur) ben ik wat langer gestopt. Eigenlijk ging het heel goed, hierna werd het gelukkig weer licht en een helaas een beetje mistig. In de ochtend is het altijd even lastig, dan slaat de vermoeidheid toe. Mijn positieve instelling van de eerste 200km is verdwenen. Het gaat steeds omhoog en omlaag, weinig vlak. Al mijn schema’s lijken niet te werken. Met 310km (controle Fougeres, maandag 11:26 uur) stopt ik wat langer en eet er een broodje. Ik heb het echt zwaar. Het is inmiddels lekker zonnig, dus ik stop om even zonnebrandcrème te smeren. Als iemand zich afvraagt waarom ik niet bruin wordt van fietsen: dat komt door die factor 50 die ik rijkelijk smeer. Ik app naar huis dat ik alle schema’s vergeet en voor uitfietsen en een tijd van 89 uur en 55 minuten ga. Nooit gedacht dat ik zo dicht rond die tijd uit zou komen. Ik besluit dat het gekkenwerk is om 1200km te fietsen en neem me voor om dit ook echt nooit meer te doen. 

Tinteniac (364km, maandag 15:00 uur) sprint ik door de controle heen om een uurtje later toch even te stoppen. Lekker een kwartiertje in het gras onder een stralend blauwe lucht. 's Nachts kan je dit beter niet doen, want dan stopt er binnen 5 minuten een bezorgde automobilist om je te redden. Niet iedereen snapt wat voor idiote onderneming dit is.

Ik  stop nu ongeveer iedere 1,5 uur een kwartiertje.

Loudeac (449km, maandag 21:05 uur), Jan staat hier met de bagagedrop. Ik weet niet hoe ik verder moet. Echt moe ben ik niet, maar emotioneel heb ik het zwaar. Het ongeval zit nog in mijn hoofd. Thuis hoor ik steeds dat mijn vader nog in het ziekenhuis ligt, dat kan ook niet, die had al lang thuis moeten zijn. Ik zie op tegen de afstand. Nog een eind naar Brest en dan dat hele eind nog terug naar Parijs. Ik plof neer op het campingstoeltje wat Jan heeft staan en ontvang wat mentale ondersteuning. Hij zegt dat het beter gaat als ik wat gegeten en geslapen heb. Na een half uurtje stap ik op en rij door naar de controlepost. Hier sprint ik doorheen en besluit door te rijden tot Carhaix om te slapen. Even later stop ik bij een pizzaria, geen slimme keuze want het duurde allemaal zo lang, wilde bijna zonder pizza af te wachten door rijden. Pizza koste me een kostbaar uur. Ik ben verdrietig en moedeloos, ik baal ervan dat ik zo krap in de tijd zit, Het fietsen gaat beter doordat de heuvels wat af lijken te vlakken. In de nacht stop ik even kort. De lampjes van de mensen die al op de terugweg zijn komen me al tegemoet en ik moet nog zo ver. Veilig kom ik na een geheime controle in St Nicolas de Pelem in Carhaix aan (525 km, dinsdag 3:06 uur). Ik boek een bed en laat me 2 uur later wekken. Gek in zo’n slaapzaal, gelukkig is het redelijk rustig, Loudeac was drukker met slapen. Dit kost me 2,5 uur, maar met hernieuwde moed stap ik weer op de fiets. Achteraf een verstandige keuze, het is koud en mistig, maar het koudste gedeelte heb ik geslapen.


Rond 8 uur stop ik even kort voor een fotomomentje, mooie laaghangende bewolking in het dal, het ziet er echt bijzonder uit. Half 9 stop ik bij een boulangerie die heerlijke stokbroodjes braadworst met gebakken uitjes heeft.
Heerlijk ontbijt. Daarna vlot door naar Brest. Het slapen heeft me goed gedaan, maar emotioneel blijft het zwaar. Half 11 sta ik bij de brug van Brest.
Een emotioneel momentje, jeetje, ik heb gewoon Brest bereikt, halverwege, de terugweg komt eraan! Maar het blijkt dat ik nog 45 minuten moet fietsen totdat ik uiteindelijk de controle bereik. De Roc Trévézel viel me mee, maar is een flinke klim naar boven. Ik Brest (618km, dinsdag 11:12uur) neem ik lekker een douche en schone kleding. Daar knap ik misschien nog wel meer van op dan slapen. Deze stop kost me zeker een uurtje, maar fris en met volle buik stap ik weer op de fiets. Terugfietsen zou prettiger zijn volgens de peptalk van Jan, dus daar hou ik me aan vast. Ook wel leuk om bordjes Parijs te volgen ipv bordjes Brest.

Weer terug in Carhaix (703 km dinsdag 17:50 uur). Toch gek om gewoon dezelfde weg terug te fietsen. Hier eet ik wat en blijf te lang hangen, 5 kwartier, die tijd heb ik eigenlijk niet. Ik zou wat moeten sparen om te slapen. De tijdsplanning is nog steeds krap en wordt steeds krapper. Het is wel fijn dat  inmiddels de controleplekken een beetje bekend zijn, dat scheelt wat zoekwerk en ik loop niet meer zo hulpeloos rond.
Loudeac (782km, woensdag 0:37 uur) Op het controlepunt wilde ik slapen maar het was belachelijk druk, rijen voor de bedden, dat zou lang wachten zijn (minimaal half tot 1 uur). Toch maar door naar de volgende slaapplek in Quedillac of de berm, die inmiddels bezaaid is met fietsers. Jan zit er gelukkig nog met de bagagedrop en hij had een auto en moest nog even blijven zitten, dus ik vraag of ik heel even mijn ogen dicht mag doen in zijn auto om daarna veilig door te rijden naar Quedillac. Hij maakt me uiteindelijk pas na 1,5 uur wakker en dat is voldoende voor deze nacht (veel meer tijd heb ik niet). Mijn fietstempo is diep bedroeft, ik fiets nog sneller op mijn boodschappenfiets naar mijn werk, maar ik kan het tempo niet meer vinden.

De controle in Tinteniac (867km, woensdag 8:25uur) kost me ook een uur, ik heb geen zin meer, mijn gemiddelde snelheid (ook de rijsnelheid) hebben een echt dieptepunt bereikt. Nog maar 350 km, ik neem het besluit de tocht uit te gaan rijden en probeer het tempo te verhogen. Ik moet tijd hebben om nog een keer te slapen, want ik zie al dat ik richting de 90 uur ga, dus nog 1 volle nacht te gaan. Toch kost ook Fougeres (921km, woensdag 12:35 uur) me 50 minuten om te lunchen. Soms stop ik kort, ’s middags rond 5 uur krijg ik slaapaanvallen en besluit mijn ogen dicht te doen op een bankje in de zon. Daarna hard doorrijden.

In Villaines (1009km, woensdag 19:37 uur) boek ik nog een keer een bed. Ik slaap 1,5 uur en besef dat binnen de tijd binnen komen heel krap wordt, maar slaap is belangrijker. Ik wil graag veilig en heel terugkomen in Parijs, ook al betekent dat geen medaille. Ik word hier wakker gemakt door een vriendelijke dame, maar ik ben echt volledig gedesoriënteerd wakker, heb geen idee waar ik ben en wat ik hier doe en hoe ik hier gekomen ben. Bel zelfs Charles op waar hij is. Ik dacht dat hij me hier uit zou zwaaien. Het is hier een echt dorpsfeest, lijkt op een startlokatie. Ik kan mijn fiets niet terugvinden en ben in paniek. Als ik eindelijk mijn fiets heb denk ik FIETSEN!!! Ik moet tijd inhalen. Mijn tempo schiet omhoog, toch kom ik 20 minuten te laat in Mortagne (1090km, donderdag 2:19 uur) binnen. Maar denk ik, hierna wordt het redelijk vlak. Toch ben ik weer ruim 30 minuten kwijt op deze controle, ik had ook zo hard gereden en weinig gestopt. Het begint voor het eerst te regenen en de nacht was koud. Doorracen naar Dreux (1165km, donderdag 7:26 uur), yes, iets tijd over. Ik besluit te genieten van een ontbijt, domme keuze, koste me een weer uur. Maar ik was koud en nat, had veel moeite om me uit al mijn laagjes kleding te pellen. Zou ik Parijs halen voor 12:15 uur, het is echt krap. Het weer is slecht en de heuvels die ik op de heenweg niet gezien heb, zaten nu ineens wel in dat laatste stuk. Of zouden mijn benen inmiddels op zijn? Het is ook slecht weer. Ik zie de tijd langzaam wegtikken maar bereik net binnen de tijd de laatste controle (1230km, donderdag 12:06 uur). Zo sfeervol als de start was, zo’n ontgoocheling is de finish, we werden helemaal ergens achterlangs gestuurd en ook al finishte ik overdag, er waren minder mensen dan op veel plaatsen onderweg. Gelukkig wel man en kinderen, die ik erg gemist had.
Binnen boekje inleveren en lekker douchen, nog even bijkletsen en naar de camping. Ik had verschrikkelijk veel slaap, maar fysiek was ik niet verschrikkelijk moe. Dat bevestigd mijn vermoeden dat ik harder had kunnen rijden.


De dag daarna pakken we rustig in. Ik wil naar huis. Papa ligt nog in het ziekenhuis en ik wil weten wat er is. Ik herstel goed, geen spierpijn, alleen mijn handen…… Pinken en ringvinger tintelen, spieren zijn verkrampt en ik kan nog geen mes in mijn handen houden. Dat is de enige tegenvaller. Nu 3 weken later gaat het langzaam beter, maar ik mis nog volledig de kracht in mijn handen. Het voelt zo gehandicapt, de simpelste dingen kan ik niet. Ik voel dat het herstelt, maar maandag even kijken of de fysio er iets mee kan doen. Dit heb ik tijdens geen enkele tocht nog gehad, ook niet een klein beetje. Alleen fietsen gaat nog goed J