maandag 8 juni 2015

Weekendje fietsvakantie in Sauerland (brevet Zwolle 600km)


Het begon eigenlijk de hele week al met veel spanning. Een brevet naar Sauerland. Ik ben nog steeds zo bang met klimmen, ik ben er niet goed in, zelfs (vooral) niet in afdalen. En mijn grootste angst was dat ik een (groot) deel van die beklimmingen in de nacht moest doen. En ik zag zo op tegen de afstand. 600km is wel heel veel. En steeds spookte door mijn hoofd, 600km, waar begin ik aan? Dat was mijn grootste fout. Afstand moet je los kunnen laten. Dus ik probeerde er voor mezelf een positieve draai aan te geven: ik ga een weekendje fietsen in Sauerland, genieten van een mooie omgeving en tevens mezelf uitdagen en mijn kwalificatie voor PBP volbrengen.

Hier doe je het toch voor?
Dus zenuwachtig stond ik zaterdagochtend om 9 uur aan de start. Het eerste deel ging goed. Ik reed lekker in de groep mee. De wind stond gunstig en ik kon het tempo van rond de 30 km/uur goed volgen. Ik had mezelf voorgenomen om zelfstandig verder te gaan als het niet ging. Bij het 1e controlepunt viel de groep uit elkaar. Het tekentje van de controle stond een stukje verder op de GPS, dus een groot deel van de groep reed door. Ik ben lekker wat gaan drinken op het controlepunt bij het recreatiecentrum in Winterswijk. De eerste 90 km zaten er alweer op.  Daarna met Frank doorgereden. De wegen in Duitsland vind ik erg eng. Soms zit je te zoeken waar je moet fietsen, een fietspad afgeschermd van een weg met zwart/witte paaltje, hoe verzinnen ze het? Echt veilig voel ik me daar niet. Er staan 3 randonneurs een band te wisselen en we wachten even. Met z’n 5en rijden we weer door. Bovenaan de eerste klim staat de geheime controle. Ik geef de mannen aan dat ze gewoon door mogen rijden als ik hun klimtempo niet kan volgen. Zo snel klim ik niet en ik wil niks forceren door toch net iets sneller naar boven te gaan dan ik kan. Het is tenslotte nog een heel eind. En weer spookte door mijn hoofd: 600km…….

Na een tijdje rij ik dus toch alleen. Soms een stukje met Leo samen, soms weer alleen. Het is lastig om met het klimmen samen te fietsen. Zeker als we de echt lange klimmen in Sauerland tegen komen. Ik ken de Postbank, de Eltenberg en de Peeskesbult, ik heb af en toe wat in Limburg gefietst, maar dit is wel wat anders. Rond 20:00 uur kom ik de echte bulten tegen. Het gaat goed, de heuvels zijn niet stijl, maar gewoon echt lang. Voor mijn gevoel is het echt 10, 15 km omhoog om vervolgens via mooie overzichtelijke afdalingen weer naar beneden te gaan. Rond 22 uur stop ik even bovenop een berg om van de ondergaande zon te genieten en mezelf even van geschikte kleding voor de nacht te voorzien, zeker de afdalingen zijn erg koud!



Uiteindelijk rij ik in het donker dus toch alleen. Rustig berg op en daarna met steeds meer vertrouwen naar beneden. Thuis gekomen zie ik op mijn GPS dat ik toch topsnelheden boven de 60km/uur heb gehaald, dat is echt heel hard voor mij in het donker. Het fietsen in Sauerland in het donker, waar ik zo tegenop zag, is me erg meegevallen. Het was wel echt donker op veel stukken. Mijn verlichting deed het prima. De paaltjes langs de kant van de weg lichtte al ver voor me op zodat ik de bochten in de weg ver vooruit kon zien. Heel bijzonder om zo te fietsen.

Een stukje voor het controlepunt in Oelde wordt ik ingehaald door Harm, Bram en Rob. Ze waren Leo al gepasseerd en wisten dat ik ergens alleen moest rijden. Ik mocht meerijden, fijn, de nacht alleen vind ik toch wel eng. De klimmen worden wat minder lang en ik kom steeds niet heel lang achter ze boven. Toch wel fijn om weer een beetje gezelschap te hebben.

In Oelde stoppen we wat langer, er zit inmiddels 378 km op. De BurgerKing is helaas gesloten, we eten wat bij de benzinepomp. Ik heb helemaal niet het gevoel dat het half 4 in de nacht is als ik aan een broodje bockworst zit. Het is hier een drukte met de randonneurs, sommige hebben al wat geslapen. We zitten hier wat langer. Daarna nog een klein stukje naar het volgende stempelpunt in Munster. Even een kop koffie en weer verder. Het is alweer licht, maar dat is het moeilijkste punt van de nacht, het is zo koud!!!!!!!! In Oelde heb ik voor de kou al mijn regenjack aangetrokken, maar het blijft koud. En dan begint de slaap even toe te slaan. Goed op blijven letten dus. Maar als het zonnetje eenmaal goed door is, dan is de slaap ook weer snel verdwenen, het is altijd een half uurtje lastig om wakker te blijven.

Rond de 500/520 km gaat het helemaal mis met mij. Ik begin te malen, ben moe, mijn voeten gaan branden, ik heb last van mijn knie die toch behoorlijk beschadigd was bij een communicatiefoutje tussen mijn remmen en voeten. (Ik stond eerder stil dan ik mijn voet uit de pedaal kon krijgen en toch viel ik als in slow motion om.) En die 600km blijft door mijn hoofd malen. Ik zou niet meer in afstanden denken, maar ik ga nu in tijd denken (net zo fout) en het is nog zoveel uur fietsen. Het lijkt allemaal zo ver en zo onmogelijk. Ik zit al zoveel uren op de fiets en dan moet ik nog een paar uur. Bij de Holterberg zakt me de moed helemaal in de schoenen, vooral in die brandende voeten. Ik wil even van mijn fiets, gewoon heel even, de mannen willen door. Ik sukkel erachteraan, had ik beter niet kunnen doen. Maar we hadden vanaf Hengelo wind tegen en ik was bang om in mijn huidige toestand er alleen tegenin te moeten bikkelen. Zelfs stoppen spookte door mijn hoofd, echt stoppen met de finish in zicht. Enig overleg met mezelf: dat betekent of geen PBP of nog een keer 600km fietsen ipv alleen nog “maar” 35km doorzetten. Ik ga alleen verder, gooi op een handig plekje mijn fiets aan de kant, eet wat, drink wat, doe mijn sokken uit. Het helpt voor de motivatie en het helpt tegen de brandende voeten. Het lijkt wel of door de warmte zijn mijn sokken wat te strak gaan zitten. Brandende voeten heeft niks te maken met warmte, maar met drukpunten en doorbloeding. Ik spreek mezelf moed in en trek een eindsprintje die laatste 35km. Uiteindelijk stop ik nog een paar keer een paar minuten en kom slechts 10 minuten na Harm, Bram en Rob binnen, die helemaal verbaasd zijn dat ik er al ben.


Totaaltijd 33 uur en 5 minuten, effectieve fietstijd 30 uur en 9 minuten, gestopt: 2uur en 56 min, zo’n 3500 hoogtemeters, 595 km en prachtig mooi weer. Ruim voor het donker binnen, ik ben trots op mezelf!

maandag 1 juni 2015

Zwolle 400km


Vrijdag avond 22 mei stond ik om 20:00 uur klaar aan de start van het 400km brevet van Zwolle. De velo’s waren snel uit zicht en de rest van de groep reedt in een zeer aangenaam tempo van zo’n 28km/uur. Ik zat me te verbazen, dit is toch Zwolle, het Noorden van het land waar iedereen altijd hard rijdt…. Maar ik kon er niet over klagen, dit beviel me wel. Na 25 km zag helaas iemand het licht en trok het temp omhoog naar 31/32 km/uur. Niet echt een tempo waarin in met plezier 400km fiets. Dus na een tijdje achter de groep aanhangen vond ik het wel genoeg. Na 90km vond ik Leo bereidt om samen met mij ’s nachts op een schappelijker tempo door te rijden. Ik heb wat angst om alleen te rijden in de nacht. Al om 24:00 uur bereiken we het eerste stempelpunt in Leeuwarden, 111 km. Het lijkt minder donker dan vorig jaar, van vorig jaar herinner ik me alleen heel veel donker. Nu is er wel wat te zien.

We rijden een tijdje langs het kanaal en ik zie een perkje met stenen waar ik prima even kan zitten. We hebben er inmiddels 160km opzitten en het is 2:30uur. Eetpauze roep ik naar Leo, maar die ziet, als ervaren randonneur, een mooi terrasje aan de overkant van het kanaal in Zuidhorn. Het Veerhuis, ziet er gezellig uit, wel gesloten, helaas. Maar alle stoelen staan uitnodigend voor ons klaar. Ik zet mijn eigen proviand op tafel en geef mijn benen de nodige rust. 
Leo besluit te gaan slapen, maar daar vind ik het iets te koud voor, bovendien heb ik echt geen slaap. Hij creëert een mooi slaapplekje van 2 stoelen en is snel vertrokken. Na 20 min geef ik aan graag door te rijden. Leo heeft teveel last van slaap en blijft nog even achter. Nog 20km naar Groningen.

In Groningen (180km, 3:30uur), na een bak koffie en even de benen strekken bij de benzinepomp die ons stempels verstrekt, wil ik bijna verder rijden als er nog een randonneur aankomt. Hmmm, gezelschap, altijd goed. Ernst zegt dat hij inmiddels zonder verlichting rijdt, hij heeft alleen wat ledjes op de fiets om gezien te worden. Ik heb nog een goede lamp. Dus we gaan samen verder. Het valt tegen de accuduur van mijn lamp. Rond half 5 is hij leeg. Ik zat in Groningen te twijfelen, wel of geen batterijen wisselen, maar ik had geen zin in het gepruts met de lamp en dacht dat ik de ochtend wel zou halen. Maar het begint om half 5 al een beetje licht te worden.

Door naar Emmen, af en toe een korte stop. Lekker ontbijtje op een bankje langs het water. Heerlijk altijd in de ochtend. De slaap slaat nu wel een beetje toe, altijd een moeilijk moment als de zon weer op komt. Iets voor 8 bereiken wel Emmen. Helaas de Mac is nog dicht, toch maar terug naar de benzinepomp waar we al gestempeld hadden voor een sanitaire stop. Daarna begint het te regenen. Waar het bijna overal in het land droog lijkt te zijn, rijden wij in een steeds harder naar beneden komende regen. Mijn redelijk waterdichte jasje verruil ik later toch maar voor een regenjack. Het is koud, volgens mij ben ik ook niet zo gezellig. Het is wel mooi fietsen door de bossen in het Duitse stukje van de route. We schuilen nog even in een hutje langs de kant van de weg. Ik ben nat en koud en heb geen zin meer.

Tegen half 12 bereiken we Hengelo. Jee, wat is Hengelo groot. We waren Hengelo alweer uit en nog geen van der Valk gezien. En toen reden we Hengelo weer in, jippie, eindelijk een controle die geen benzine verkocht. Nat en verzopen lopen we de receptie bij van der Valk binnen en gelukkig, behalve een stempeltje, mochten natte en vieze fietsers ook plaats nemen in het restaurant. Even lekker eten, zitten, opwarmen en beetje drogen. Hier was ik aan toe! Buiten begint een voorzichtig zonnetje door te komen.

Weer uitgerust starten we voor de laatste loodjes, 75 km, over de Sallandse heuvelrug. Een mooi gebied en het is droog, wat wil een fietser nog meer. Helaas is het tempo er een beetje uit, het waait hard en vanuit een verkeerde hoek. Dus het is flink bikkelen tegen de wind in. Moe en voldaan komen we uiteindelijk om 16:33 uur in Zwolle aan. Terug in de auto kan ik mijn ogen niet meer open houden. Valt niet mee om een nacht door te fietsen. Maar na een lekkere maaltijd thuis, vroeg naar bed, sta ik de volgende ochtend weer aan de start bij de TC de Liemers om even rustig uit te rijden. Eigenlijk is deze tocht me 100% mee gevallen. De volgende ochtend geen spierpijn, geen zadelpijn, wel wat vermoeid, maar dat kan ook niet anders.


Op naar de 600km die start as zaterdag 9:00 uur, ook weer in Zwolle. Dan laat ik mezelf niet gek maken en ga gewoon vanaf het begin rustig fietsen, dan maar in mijn eentje. Maar hard fietsen in het begin, breekt me de laatste kilometers zo op. Wel spannend, in het donker door Sauerland. Ik heb nog nooit in Sauerland gefietst. En daarna, als ik natuurlijk ook dit brevet gehomologeerd krijg, kan ik me definitief inschrijven voor PBP.

maandag 18 mei 2015

Voorbereidingen PBP


De voorbereidingen voor Parijs Brest Parijs verlopen redelijk. Ik mis soms tijd om te fietsen, of eigenlijk ben ik te druk met andere dingen om tijd te maken om te fietsen. Dus nog even goed mijn best doen om met zoveel mogelijk kilometers in de benen aan de start te komen. Ik lees vaak dat het verstandig is om 10x het aantal kilometers van de te rijden afstand aan trainingskilometers te maken, dat haal ik dus echt niet. Of ik moet niet vanaf 1 januari gaan tellen :). Ik hoop dat ik voor de start op 7000 trainingskilometers zit, misschien een beetje meer, dan ben ik tevreden. Hopelijk ga ik daar geen spijt van krijgen.

De voorinschrijving is gedaan. Mijn starttijd zal 16 augustus om 18:15 uur zijn. Vanaf 31 mei kan ik de voorinschrijving omzetten in een definitieve inschrijving. Het wordt allemaal echt. Ik zie er verschrikkelijk tegenop. Het lijkt me een geweldige ervaring om mee te maken. Maar ik weet nu al dat ik mezelf zeker een paar keer tegen ga komen onderweg. Waar begin ik aan? In een blog van een ultraloopster las ik: “de pijn verdwijnt, de prestatie blijft”. Ik vind hem wel mooi. Een nachtje goed slapen en het ergste leed is weer geleden en zakken de moedeloze ervaringen naar de bodem en komen de leuke dingen weer boven drijven. Na elke tocht ben ik blij om van mijn fiets te stappen. Na een 300km kan ik me niet voorstellen dat ik terug op de fiets stap om er nog 300 te rijden, toch viel ik tijdens de 600km ook niet van mijn fiets. Dus ik denk dat ik in Brest ook ergens de motivatie kan vinden om terug te rijden naar Parijs.

Inmiddels zijn de eerste verplichte brevetten gereden. Ik heb twee keer een 200km en twee keer een 300km gereden. De 400 en 600km ga ik niet dubbel rijden, zo graag fiets ik geen nachten en dan ben ik toch liever bij mijn gezinnetje. Afgelopen weekend in Merselo de 300km gereden. Na Zwolle was ik er even helemaal klaar mee, PBP leek me een onhaalbaar doel, het was me zo tegen gevallen. Ik verbaasde mezelf dat ik een paar dagen voor de tocht, toch nog zin kreeg om te gaan fietsen in Merselo.  Van voorgaande jaren weet ik dat het een mooie tocht is, vanuit Merselo langs de Maas op naar Limburg, wat klimmetjes en dan vanaf Simonskall weer redelijk vlak. De opmerkingen over dat we na Simonskall vanaf de andere kant, de steile kant, over de Ochsenkopf moesten, bezorgde me wat zorgen. De klim zou steil zijn, maar hoe steil? Ik en klimmen is nog steeds geen goede combinatie. En ik en afdalen eigenlijk ook niet. Dat wordt nog wat bij PBP met 10000 hoogtemeters. Maar ik was die dag niet de slechtste in het groepje, klimmen ging me eigenlijk best goed af. Ik zet natuurlijk geen toptijden neer tijdens het klimmen, maar het lukte me om ontspannen naar boven te rijden. Eindelijk een tocht waarbij ik het 2e gedeelte sneller reedt als het 1e gedeelte. Valt het dan toch nog mee met de conditie? De eerst helft heb ik erg rustig gedaan, dus uiteindelijk kwam ik in een vergelijkbare tijd met de andere twee jaren terug, weer 17uur aan mijn zadel mogen wennen :)

Het eten is een ander aandachtspunt. Het eten voor het fietsen gaat goed. Ik probeer wat minder vetten en meer koolhydraten te eten de dagen voor een lange tocht. Lekker pasta en een keer pannenkoeken. Lekker, met een goed gevoel, een keertje ongezond pannenkoeken eten. Tijdens het fietsen eet ik wat ik nodig heb, gewoon waar ik trek in heb. Dit is de noodvoorraad die met een 300km in mijn tas zit: 
Maar van alle snoeperijen zit het meeste aan het einde nog gewoon in mijn tas. Ik leef op broodjes, banaan, cola, soep, soms een vegetarische pasta en af en toe wat koek of chocolade. Maar ik kom echt niet aan de calorieën die ik volgens de GPS zou verbranden, 8674 cal zei mijn GPS na de 311 km van Merselo. Laat het wat minder zijn, maar dat eet ik echt niet bovenop de 2000 cal die ik op een normale dag verbruik. Wat wel jammer is, is dat restaurants allemaal van die enorme porties voorzetten als je wat te eten besteld. Ik kan alles eten tijdens het fietsen, maar niet zoveel! Zou het dan toch beter zijn om aan te vullen met gelletjes en reepjes? Ze staan me zo tegen. En eigenlijk krijg ik geen last van trek tijdens het fietsen. De dagen daarna is een ander verhaal. Mijn lichaam is zichtbaar aan het herstellen van de inspanning en wil graag calorieën aanvullen. Dat deed ik niet handig. Om de terugweg reedt ik langs zo’n Fastfood keten. Dan vond mijn maag niet verstandig en ik heb er 2 dagen last van gehad. Ik bleef zo misselijk. Dus ondanks veel verbranden, toch verstandige keuzes maken: veel eiwitten, zuinig met vetten.


Vrijdagavond start ik met de 400km van Zwolle. Hopelijk kan ik dan weer een brevet afstrepen van mijn verplichte lijstje en komt PBP weer een klein stapje dichterbij. 

zondag 26 april 2015

Brevet 300km Zwolle 25-4-2015

Zaterdagochtend half 9 sta ik klaar voor de start van het 300km brevet in Zwolle. Een vlakke rit door het mooie Friesland. Zwolle is zeer geliefd bij de Velo-rijders en verder is mijn ervaring dat er hard gefietst wordt, niet helemaal mijn tempo dus.
Na de start merk ik al snel dat ik de voorste groep niet bij kan/wil houden. Ruim 30km per uur, dat red ik geen 300km. Dus ik laat me terugzakken. Er fietst weinig achter en ik rij in mijn eentje verder. Ik denk dat ik het niet erg vind om alleen te rijden, door alle drukte thuis zit er nog zoveel in mijn hoofd wat ik een plekje moet geven. Bovendien is de rit naar het noorden met een wind uit het zuidwesten geen straf. Ik probeer een rustig stabiel tempo te gaan rijden, rond de 27km/uur en met de wind mee wat harder. Het is mooi fietsen, af en toe wat kleurige bollenvelden, de fruitbomen mooi in bloei. Heel veel schapen en lammetjes. Mooie meertjes. Het eerste controlepunt zit op 97km, bij Terherne, het dorpje bekend van de Kameleon.
Ik stop neem een korte stop van 25 min om wat te drinken en te eten. Een rijgemiddelde van bijna 26km/uur, netjes. De regen is inmiddels redelijk gestopt, de eerste 100km waren nat! En die wind viel tegen, ik had gedacht daar meer profijt van te hebben.
Daarna door naar Holwerd, we moeten stempelen bij de bootterminal naar Ameland op 156 km.
Het rijdt nog steeds lekker. Het was gelukkig droog. In de rij tussen de mensen die een kaartje kopen voor de boot, haal ik mijn stempeltje. Daarna eet ik rustig op een bankje wat brood en een banaan. Af en toe kom ik onderweg wat andere randonneurs tegen, als ze een lekke band hebben, daarna rijden ze me weer hard voorbij. Groot is de achterhoede niet. Na een klein kwartiertje stap ik weer op de fiets. Het gaat nog steeds lekker.

Maar dan gaat het fout, mijn snelheid is er totaal uit. De volgende etappe naar Appelscha zit ik aan een gemiddelde van 19 km/uur. Ik denk dat na zo lang fietsen het toch zwaar wordt om alleen te rijden. Ik begin zelfs tegen mezelf te praten :). Misschien is een muziekje mee toch wel handig, de stilte begint een beetje te stil te worden. Als je samen rijdt, hou je automatisch het tempo wat hoger. Nu lijk ik soms gewoon te slapen en vergeet ik te trappen. De wind staat minder gunstig, maar echt zware tegenwind heb ik niet. Alles zit tegen, moet ik naar de toilet, kom ik echt geen café tegen. De benzinepomp langs de weg blijkt een onbemande, en alles is open tussen de weilanden. Wil ik eten, geen eettentje. Uiteindelijk kom ik een snacktent tegen waar ik een broodje kan eten. Maar die viel niet goed, de rest van de weg had ik last van mijn maag. Zo’n 10km voor Appelscha loopt ook nog eens mijn band leeg. Een band wisselen kan ik wel, maar ik kan niet zeggen dat het echt heel soepel gaat. Heb ik een mooie pomp met een High Pressure knopje erop, heb ik geen idee hoe ik hem op de stand kan zetten (hmmm, straks toch even opzoeken). En een voorwiel (een gelukje) in de fiets zetten als er een zware achtertas op de bagagedrager zit is niet handig. Voortaan tasje eraf halen, want nu vloog mijn fiets alle kanten op. Met mijn laatste moed sleep ik mezelf naar Appelscha. Zeker een kwartier vertraging door de lekke band. Ik bestel daar cola en een kop soep. De soep eet ik half op, ik weet dat ik moet eten, maar mijn maag denkt er anders over. Nog 65 km, “als je het snel zegt, lijkt het nog maar een klein stukje”, maar het is gewoon nog een dikke 3 uur op de fiets als je niet meer door wilt trappen.

Het is inmiddels half 9, de verlichting in orde gemaakt op de fiets. In Appelscha kwam ik Jan tegen en met hem ben ik verder gereden. Alleen fietsen prima, maar liever niet in het donker. Zo met zijn tweetjes lijkt het tempo weer iets omhoog te gaan. In het donker kan ik niet op mijn tellertje kijken, dus ik rij op gevoel. Soms rijdt Jan voor, soms rij ik voor. Het tempo is in elk geval wat beter als de laatste etappe. Moe kom ik om 23:45 uur in Zwolle aan. De tijd is best netjes, 15 uur en 15 minuten, maar echt tevreden ben ik niet over de 2e helft. En op dit moment twijfel ik of ik die 1200 km van Parijs-Brest-Parijs wel kan rijden. Eerst maar even de vermoeidheid  laten zakken.


zaterdag 28 maart 2015

Afzwemmen!

En hoe leuk en ontspannend het ook is het fietsen, soms zijn er toch belangrijkere dingen. Gisteravond hoorde Pascal dat hij vandaag toch nog af mocht zwemmen voor C. Dan wil je daar als moeder natuurlijk bij zijn :) Dus het fietsen werd alsnog vervangen door een middagje zwembad. Zo trots dat Pascal heel snel zijn voorlopig laatste zwemdiploma haalde! Respect hoor, voor al die kleine kinderen, die met kleren, schoenen en regenjas gewoon met salto het water in gaan en vervolgens 50 meter schoolslag en 50 meter rugslag zwemmen. Daarna in zwemkleding bijna het halve bad onder water moeten zwemmen en ook nog 100 meter schoolslag en 100 meter rugslag. Ik zag ook nog een mooie borstcrawl (inclusief een nette ademhalingstechniek), rugcrawl, , drijven, watertrappelen. Volgens mij was Pascal wel moe!
Morgen even een rustig rondje fietsen. De zomertijd gaat weer in, dus een avondritje op de fiets moet ook weer kunnen deze week. En dan zaterdag een nieuwe kans voor de 200km, nu vanuit Merselo. Mooie tocht langs de Rheinradweg en voor het eerst dit jaar weer de Eltenberg over, met het pondje oversteken bij Millingen en via Nijmegen weer terug.

zaterdag 14 maart 2015

Brevet 200km Twisteden

28 februari staat mijn 1e rit van 200km gepland. Dit keer een voor mij nog nieuwe startlokatie: ARA Niederrhein in Duitsland. De start is pas om 10 uur in de ochtend, dus ik vertrek ’s ochtends, na nog even heerlijk uitgeslapen te hebben richting Duitsland, voor mij krap een uurtje rijden. Daar aangekomen ga ik me eerst binnen melden. Wat een drukte in vergelijk met de ritten die ik in Nederland heb gereden! Er staan zo’n 150 randonneurs klaar voor de start, waaronder slechts 3 Nederlanders. Wel leuk om te zien dat er in Duitsland veel meer vrouwen mee fietsen. Jan van Osch staat er met een bak brevettenkaarten van 2014, ook voor mij ligt er nog een enveloppe met brevettenkaarten, die verzameling heb ik nu ook compleet.

Na het aanmelden ga ik rustig mijn fiets klaar maken. Ik vraag me af hoe de start zal verlopen, ik hoor iets over verschillende startgroepen, maar hoe dat gaat is me niet helemaal duidelijk. Als Michael in het Duits een toespraak heeft gehouden, gaat iedereen rustig naar de start. Ik vang wat gesprekken op over handschoenen, warme handschoenen en de paniek slaat bij mij toe. 10 minuten daarvoor had ik besloten mijn niet al te warme winterhandschoenen aan te trekken omdat die veel fijner zitten en het best redelijk weer zou worden (voor eind februari dan). Maar ik heb het ineens zo koud, ijskoude vingers en de verhalen over warm, warmer, warmst, maken me niet geruster. Het zou toch een graad of 8 worden? Geen zin om terug te wandelen naar de fiets, de eerste groep is al vertrokken. Ik zie dat Moni steeds 30 mensen aftelt die een nummertje op de startkaart krijgen en per groep vertrekken. Nu snap ik het systeem, na afloop kan aan de hand van het startgroepnummer evt de tijd gecorrigeerd worden. Ik zit in startgroep 3, het is bijna 10 over 10 als ik vertrek.

De eerste 77 km tot de eerste controlepost krijgen we wind tegen. Het waait best redelijk en mijn conditie is nog niet geweldig. Ik hang achterin de groep en dat bevalt me prima, na 5 minuten rijden we Nederland al in. Tempo is prima, zo rond de 27 km per uur. Even opletten dat ik niet achter groepjes afvallers blijf hangen en de grote groep kan volgen. Als ik dit vol houd tot in Thorn denk ik dat het best goed gaat. Iets over 1 uur bereiken we de eerste stempelpost bij de Pannenkoekenbakker. We worden hier netjes in het Duits te woord gestaan J. Samen met Jos en Tom (aangewaaide randonneur) drink ik even koffie en een krap half uurtje later zitten we weer op de fiets. Heerlijk met de wind in de rug waaien we langs het kanaal. Vorig jaar zei een ervaren randonneur dat meer mensen zich stuk rijden met de wind in de rug, dan met de wind tegen. Dus dat in gedachten, hou ik mijn tempo heerlijk ontspannen. In Asten slaat Tom af om thuis wielrennen op tv te gaan kijken en rij ik verder, soms met Jos, soms alleen.

Ik zit me te verheugen op een stop in Cuijk, ik heb zin in een warme kom soep. Dan bedenk ik me dat dat een saai controlepunt is bij een benzinepomp, niks lekkere soep! Ik besluit om kwart voor 4 lekker op een bankje in het bos neer te ploffen en mijn broodjes rustig op te eten. Een korte stop is welkom en het is leuk om de kleine groepjes randonneurs langs te zien fietsen. Met een krappe 10 minuten zit ik weer vol energie op de fiets. Rond 5 uur ben ik in Cuijk en ik hang even een kwartiertje bij de benzinepomp rond en verzamel energie voor het laatste stukje. Er zitten inmiddels alweer 155 km op.

Het laatste stukje valt niet mee, de wind staat uiteraard in de verkeerde richting, het ontspanne stuk wind in de rug zit er echt op. En ik krijg ruzie met mijn GPS en twijfel of ik wel goed rij. Er staat een pijltje in de GPS die de richting geeft, moet dus netjes naar boven wijzen, maar de pijl draait alle kanten op. Ik weet dat ik het laatste stuk de route van de heenweg raak en ik ben bang te ver door te rijden en weer opnieuw aan de 200km te beginnen. Ik heb geen idee op hoeveel km van het eindpunt dat punt zit. Dus ik stop, twijfel, zoom uit, stop opnieuw voor mijn lampje, het wordt snel donker, stop opnieuw voor de route. GPS was goed, achteraf blijkt er in de track te zijn gerommeld, de route loopt soms een stukje terug en dan weer verder, GPS was dus prima J, onzekerheid niet nodig. De zon gaat onder en het laatste stuk door Nationaal park Maasduinen is mooi. Even wennen om weer in het donker te fietsen. 19:10 uur ben ik weer terug in Twisteden, toptijd voor mij: 9 uur. Mijn hard verdiende kopje goulassoupe van Moni gegeten en toen weer rustig richting huis.


Die handschoenen… prima keuze, na het eerste stukje geen koude handen meer gehad. Het was heerlijk fietsweer, droog, zonnetje, beetje veel wind. Op naar de volgende 200km, waarschijnlijk 28 maart vanuit Zwolle.

maandag 23 februari 2015

Voorbereiding 1e 200km brevet

Ik heb me inmiddels ingeschreven voor mijn 1e 200km Brevet voor dit jaar. Het brevet staat al gepland voor 28 februari bij ARA Niederrhein. Leuk: eens kijken hoe de brevetten in Duitsland georganiseerd worden. Veel meer dan vertrek en eindpunt zal ik niet zien van, de route loopt denk voor 90% over Nederland J. Omdat ik bij de beschrijving las: 700hm, dacht ik dat het wel eens verstandig kon zijn om dit weekend een ritje over de Postbank te maken. Zondagochtend zag het er glad uit, na de regen van zaterdagavond is het ’s nachts gaan vriezen. Een goede reden om het eerste ‘opwarmritje’ van de TC de Liemers te laten vervallen en nog even lekker in bed te blijven liggen. Rond 11 uur zag het er weer goed uit buiten, zonnetje kwam door, dus tijd voor een rondje Hoenderloo (88km) met de Emmapiramide en Schaapsallee, in elk geval iets meer klimwerk dat ik in de winter heb gedaan. Ik reed weg in het zonnetje, maar die verdween helaas alweer snel. Het was een beetje mistig op de Veluwe, jammer. Maar het is er gewoon zo mooi, zeker dat uitzicht over de heide vlak bij het Theehuis. Laatste stuk helaas wind tegen, dat was zwaar. Als ik alleen fiets heb ik geen zin om ergens koffie te gaan drinken en dan is bijna 90 km wel een lang stuk aan het begin van het seizoen. Onderweg alleen gestopt om even wat brood te eten.

’s Avonds zie ik dat de route voor zaterdag ook al op internet staat. Als ik de route in de GPS zet, zie ik dat het wel mee zal vallen met het klimmen, hoogste punt is niet meer dan 40 meter. Zo vertekenend soms die hoogtemeters. Hopelijk zeg ik dat over een paar maanden ook over de 10000 hoogtemeters van Parijs Brest Parijs.


Statistieken tot nu toe, vanaf januari 600 km op de racefiets en 200km woonwerk-fietsen. Het houdt niet over. Vandaag blijft de fiets ook in de schuur, want mijn dochtertje is ziek en kan niet naar school. Hopelijk kan ik vrijdag nog een kort rondje fietsen. En dan maak ik er zaterdag maar een rustig uitje van. Die 200km zal best te fietsen zijn in de maximale tijd van 13,5 uur, maar een hele snelle tijd zal het niet worden (alsof ik ooit echt snel rij J)